Geschiedenis                                         

 

In het noorden van Zimbabwe ligt het beeldhouwerdorp Tengenenge. Tussen de hutten, onder de bomen, achter een waslijntje, overal staan zwarte stenen beelden op palen. Honderden vogels, schildpadden, vreemde mensfiguren staren de bezoekers aan. Overal zitten volwassenen en kinderen te hakken in steen.  

De geestelijk vader van Tengenenge is Tom Bloomefield. In 1966 gaf hij zijn bestaan als tabaksboer op om een oude droom te verwezenlijken: beeldhouwer worden. Op zijn terrein had hij een grote hoeveelheid serpentijn gevonden, een ideaal materiaal voor het hakken van beelden. Met een aantal van zijn vroegere landarbeiders begon Bloomefield de beeldhouwersgemeenschap die over de hele wereld beroemd zou worden.

Tengenenge is geen kunstacademie. Het is altijd een oord geweest waar arme drommels hun geluk kunnen beproeven. In 1992-93 werd Zimbabwe getroffen door een ernstige droogte. Honderden mensen kwamen naar Tengenenge in de hoop met beeldhouwen wat geld te verdienen. Henry Munyaradzi, die zijn carrière in Tengenenge begon exposeerde in prestigieuze galeries in Europa en de Verenigde staten.

De thema's van de beeldhouwkunst komen voor een deel uit de eeuwenoude Shona-vertelcultuur en religie. Zo is een mens die in een dier verandert een steeds terug kerend thema . Volgens de oude cultuur